Stel je voor: je zit lekker op de bank, pakt je smartphone en dimt de lampen naar een gezellige sfeer.
▶Inhoudsopgave
Maar heb je ooit nagedacht wat dat kost — niet alleen op je energierekening, maar ook voor het klimaat? Slimme lampen zijn hip, ja. Maar zijn ze ook écht beter voor het milieu dan een gewone LED-lamp? Laten we er eens lekker in duiken.
Wat verbruikt een gewone lamp nou eigenlijk?
Laten we beginnen met de basis. Een traditionele gloeilamp — die warme, gele gloed die we zo kennen — verbruikt gemiddeld 60 watt.
Een halogeenlamp doet het iets beter met zo’n 40 watt. Maar de echte helderling? De LED-lamp.
Die sleurt maar 6 tot 10 watt voor dezelfde hoeveelheid licht. En dat maakt een wereld van verschil. Volgens Milieu Centraal gebruikt een LED-lamp tot wel 85 procent minder energie dan een oude gloeilamp.
Als je drie lampen in je woonkamer hebt die elke dag vier uur branden, dan kom je met een gewone 60-watt gloeilamp uit op zo’n 260 kWh per jaar. Met LED? Slechts 35 kWh. Dat is een besparing van ruim 200 kWh — en dat terwijl je nét zo veel licht hebt.
Maar goed, we leven in 2026. Gloeilampen zijn al lang niet meer standaard. De meeste mensen hebben inmiddels LED. De vraag is dus eigenlijk: maakt het nog uit of die LED-lamp nu slim is of niet?
Wat maakt een lamp nou eigenlijk “slim”?
Een slimme lamp — denk aan merken als Philips Hue, IKEA TRÅDFRI of Lidl’s Silvercrest — kun je bedienen via je telefoon, spraakassistent of een afstandsbediening.
Je kunt het licht dimmen, kleuren veranderen, schema’s instellen en zelfs laten reageren op zonsondergang. Maar wat veel mensen niet weten: die slimme functies kosten ook energie.
Zelfs als een slimme lamp uit staat, verbruikt die nog steeds een klein beetje stroom. Dat noemt men standbyverbruik. Gemiddeld tussen de 0,2 en 0,5 watt per lamp. Klinkt niet veel, toch?
Maar als je vijf slimme lampen in huis hebt, die 24 uur per dag op standby staan, dan kom je uit op zo’n 4 tot 10 kWh per jaar. Extra. Voor niks.
Een gewone LED-lamp heeft dat probleem niet. Die staat gewoon uit. Geen wifi-chip, geen Bluetooth, geen verbinding met je Google Home. Gewoon licht, en verder niets.
CO2-uitstoot: het echte verhaal
Nu komt het belangrijkste punt. Want energieverbruik is één ding, maar CO2-uitstoot is waar het écht om draait.
In Nederland komt gemiddeld elektriciteit uit een mix van gas, wind, zon en een klein beetje kern. De CO2-footprint van onze stroom ligt rond de 0,4 kg CO2 per kWh — afhankelijk van het seizoen en de energiemix van die dag. Laten we rekenen. Stel: je hebt drie lampen in de woonkamer, vier uur per dag aan.
- Drie gewone LED-lampen (à 8 watt): 35 kWh/jaar → circa 14 kg CO2
- Drie slimme LED-lampen (à 8 watt + standby): 40 kWh/jaar → circa 16 kg CO2
Het verschil is klein — zo’n 2 kg CO2 per jaar. Dat is ongeveer hetzelfde als een ritje van 10 kilometer met de auto.
Op zich niet dramatisch, maar het is ook geen nihiliteit. Maar wacht — er is meer.
Slimme lampen hebben namelijk ook een productiefootprint. Ze bevatten elektronica, printplaten, sensoren en wifi-modules. Die materialen moeten worden gedolven, verwerkt en getransporteerd.
Een studie van Klimaatplein wijst erop dat de productie van één slimme lamp gemiddeld 1,5 tot 2 kg CO2 kost, tegenover 0,5 tot 1 kg voor een standaard LED-lamp. Dus voordat je slimme lamp ook maar één keer aanstaat, heeft die al meer CO2-uitstoot van slimme lampen vs. gewone lampen dan zijn domme broertje.
Maar slimme lampen besparen ook energie, toch?
Ja, en daar zit het addertje onder het gras. Want het grote voordeel van slimme lampen is dat je ze beter kunt gebruiken.
Denk aan automatische uitschakeling als je de kamer verlaat. Of dimmen tot 30 procent als je TV kijkt. Of een schema dat zorgt dat lampen nooit onnodig aanstaan.
Uit praktijkonderzoek blijkt dat mensen met slimme verlichting hun energieverbruik voor licht gemiddeld 15 tot 25 procent lager hebben dan mensen met gewone LED-lampen.
Niet omdat de lamp zuiniger is, maar omdat je er bewuster mee omgaat. Je ziet op je app hoeveel je verbruikt. Je krijgt meldingen. Je automatiseert. En dat gedrag maakt het verschil.
Als je slimme lampen slim gebruikt — en dat is het woord slim waar het om draait — dan kun je het hogere standbyverbruik en de grotere productiefootprint ruimschots compenseren. Binnen anderhalf jaar heb je het verschil al terugverdiend in CO2.
Wat als je gewoon geen zin hebt in apps en wifi?
Geen probleem. Een gewone LED-lamp blijft de keuze met de laagste totale CO2-uitstoot als je hem gewoon aan en uit zet zoals vroeger.
Geen standby, geen elektronica, geen gedoe. En tegenwoordig zijn LED-lampen van goede kwaliteit al verkrijgbaar voor een paar euro bij de action of gamma. Profiel Gigant wijst erop dat moderne LED-lampen tot 50.000 uur meegaan — dat is meer dan 20 jaar bij dagelijks gebruik.
Als je écht wilt besparen zonder technologie, koop dan gewoon een LED-lamp met een dimmer op de schakelaar. Geen wifi nodig, geen app, geen account aanmaken.
Gewoon een draai aan de knop en je verbruikt minder stroom. Simpel, effectief, laag in CO2.
De conclusie: slim is niet altijd groener — maar het kan
Laat me het zo zeggen: een slimme lamp is niet per se beter voor het klimaat dan een gewone LED-lamp. In pure cijfers wint de gewone lamp — minder standbyverbruik, lagere productiekosten, minder CO2 vanaf dag één.
Maar — en dit is een groot maar — als je slimme lampen gebruikt zoals ze bedoeld zijn, dan draai je dat voordeel snel om. Bewust dimmen, automatiseren, uitschakelen als het niet nodig is. Dan wordt je slimme lamp niet alleen handiger, maar ook duurzamer. Dus de vraag is niet zozeer “slim of gewoon?”, maar eerder: “ga je het écht slim gebruiken?” Want anders heb je duurder betaald voor iets dat meer CO2 kost — en dat is toch een beetje zonde?